Is paardrijden eigenlijk wel een sport?

Je kent die opmerking vast. “Het paard doet toch al het werk?” Na een uur rijden lig je niet kapot op de grond zoals na een spinningles, en je benen trillen niet zoals na een zware squattraining. Dus is het dan wel echt sport?

Ik snap waar die gedachte vandaan komt. We meten inspanning vaak af aan hoe moe je bent: hoe zwaarder, hoe meer sport. Maar dat is maar één manier om naar sport te kijken. En voor paardrijden is het precies de verkeerde.

Je grote spieren werken, maar niet op hun maximum

Je lichaam heeft grote, oppervlakkige spieren die over meerdere gewrichten lopen. Denk aan je bilspieren, je bovenbeenspieren, je brede rugspier en je rechte buikspier. In de bewegingsleer heten die global movers of global mobilisers. Ze zijn gemaakt om kracht te leveren en grote bewegingen te maken.

In het zadel zet je die spieren bijna nooit tot hun maximum in. Rijden kost wel degelijk energie: in onderzoek gebruikten ervaren ruiters in draf en galop minstens zestig procent van hun maximale aerobe capaciteit. Maar het is inspanning op een submaximaal niveau, lang volgehouden. Je spieren raken niet uitgeput zoals bij een sprint of een zware krachttraining. Daardoor voelt het voor buitenstaanders misschien niet als sport.

Wat je wel nodig hebt: controle

In het zadel heb je niet heel veel spierkracht nodig. Je hebt ontzettend veel controle nodig. Je moet je lichaamsdelen heel precies, heel gedoseerd en heel verfijnd kunnen bewegen.

En dat voor twee taken tegelijk:

  • de beweging van je paard volgen, zodat je bekken meegaat, je de bewegingen opvangt en je hem niet in de weg zit
  • communiceren met je paard, met een rotatie in je romp, een kanteling van je bekken, iets meer druk op één zitbotje of een korte hulp met je been

Je lichaam is je tool om met je paard te communiceren. Elke spanning die je zet, is een signaal. Ook de spanning die je niet bedoelt. Snap je?

Wat het onderzoek laat zien

Als je de spieractiviteit van ruiters meet, zie je dat het verschil tussen een beginnende en een gevorderde ruiter niet zit in meer kracht.

  • Gevorderde ruiters kunnen spieren los van elkaar aansturen, met verschillende niveaus van aanspanning, en ze kunnen hun totale spieractiviteit snel laten zakken (Elmeua González en Å arabon, 2020).
  • Bij het opvangen van de schokken van het paard zat het verschil tussen gevorderden en beginners vooral in de timing van de spieractivatie, minder in de hoeveelheid (Elmeua González en Å arabon, 2021).
  • Professionele ruiters gebruikten minder activiteit in hun beenspieren dan amateurs (Hwang en collega’s).
  • Een beginnende ruiter kreeg in de draf de rugstrekkers en de rechte buikspier niet goed in balans met elkaar (Terada, 2000).

Let wel: gevorderde ruiters hadden in die studies juist meer activiteit in hun core. Het gaat dus niet om zo weinig mogelijk spierwerk. Het gaat om de juiste spier, op het juiste moment, in de juiste hoeveelheid. En om weer los kunnen laten.

Waarom kracht je juist in de weg kan zitten

Als je global movers het werk overnemen, zie je dat meteen. Je knie gaat klemmen, je bilspieren spannen aan of je zet je onderrug vast om in de draf te blijven zitten. Je wordt stijver, en je paard voelt dat.

Heb je moeite met doorzitten? Dan is dat vaak geen gebrek aan kracht, maar te veel spanning op de verkeerde plek. Je blokkeert de beweging die je eigenlijk wilt volgen. Ja, loslaten voelt in het begin moeilijker voor jou, maar het is makkelijker voor je paard.

Controle is ook topsport

Kijk naar schieten, boogschieten, golf of turnen op de balk. Daar raakt niemand in een paar minuten uitgeput, en toch twijfelt niemand dat het sport is. De prestatie zit in precisie, timing en lichaamsbeheersing. Paardensport staat al meer dan honderd jaar op het Olympisch programma om dezelfde reden.

Dat betekent niet dat kracht en conditie er niet toe doen. Als je moe wordt, valt je controle als eerste weg. Je basis moet dus op orde zijn. Maar het doel van die basis is controle, niet kracht op zich. Daarom zie ik de ruiter als sporter, met eigen training buiten het zadel.

Zo train je controle

  1. Train klein en langzaam. Kantel bijvoorbeeld je bekken zonder dat je ribbenkast meebeweegt. Lukt dat niet in rust, dan lukt het in de draf ook niet.
  2. Train doseren. Span een spier eens aan op een kwart, op de helft en op driekwart van je maximum. Kun je het verschil voelen en vasthouden?
  3. Train loslaten. Snel aanspannen en weer volledig ontspannen is minstens zo belangrijk als aanspannen.
  4. Train in een houding die op je zit lijkt. Hoe meer de oefening lijkt op de taak in het zadel, hoe beter je brein het kan gebruiken.
  5. Breng het direct terug naar je paard. Merk je wat je paard nu doet?

Over een paar trainingen voelt het al makkelijker. Niet omdat je sterker bent geworden, maar omdat je preciezer bent geworden.

Veelgestelde vragen

Is paardrijden een sport? Ja. Rijden vraagt een flinke aerobe inspanning en vooral veel lichaamsbeheersing. Net als bij schieten of golf zit de prestatie in precisie en timing, niet in maximale kracht.

Heb je veel spierkracht nodig om paard te rijden? Nee, niet veel maximale kracht. Je hebt vooral controle nodig: spieren gedoseerd aanspannen, op het juiste moment, en weer loslaten.

Moet ik als ruiter ook kracht en conditie trainen? Ja. Een goede basis zorgt dat je controle niet wegvalt als je moe wordt. Maar train met het doel om preciezer te bewegen, niet alleen om sterker te worden.

Over de auteur

Nienke de Wolff is ruiterbiomechanica specialist en oprichter van 2W Motion. Ze werkt al meer dan tien jaar met ruiters en instructeurs, met een achtergrond in de voltigesport. Building riders to move with balance and control.

Bronnen

  • Westerling, D. (1983). A study of physical demands in riding. European Journal of Applied Physiology and Occupational Physiology, 50(3), 373 tot 382.
  • Kiely, M.A., Warrington, G.D., McGoldrick, A., O’Loughlin, G. en Cullen, S.J. (2019). Physiological demands of daily riding gaits in jockeys. The Journal of Sports Medicine and Physical Fitness, 59(3), 394 tot 398.
  • Elmeua González, M. en Å arabon, N. (2020). Muscle modes of the equestrian rider at walk, rising trot and canter. PLOS ONE, 15(8), e0237727.
  • Elmeua González, M. en Å arabon, N. (2021). Shock attenuation and electromyographic activity of advanced and novice equestrian riders’ trunk. Applied Sciences, 11(5), 2304.
  • Hwang, Y.S., Hwang, N.R., Choi, D.H. en So, W.Y. Differences in electromyograms during horseback riding between professional and amateur Korean horse riders. Iranian Journal of Public Health.
  • Terada, K. (2000). Comparison of head movement and EMG activity of muscles between advanced and novice horseback riders at different gaits. Journal of Equine Science, 11(4), 83 tot 90.
  • Comerford, M.J. en Mottram, S.L. (2001). Movement and stability dysfunction: contemporary developments. Manual Therapy, 6(1), 15 tot 26.